Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
.
.Zo verklaart verdachte uiteenlopend over het moment waarop hij bij aangeefster in de woning zijn handen ging wassen. In het verhoor van 26 november 2021 verklaart hij in eerste instantie dat aangeefster haar trui omhoog had gedaan, hij vervolgens haar borsten betastte en toen naar de wc is gegaan omdat hij van schrik moest plassen. Later in het verhoor wordt echter door verdachte verklaard dat hij naar huis wilde gaan, eerst nog ging plassen en toen hij de badkamer verliet geconfronteerd werd met aangeefster die haar trui omhoog had getrokken. Verdachte heeft hierbij, in tegenstelling tot zijn eerdere verhoren, ook nog verklaard dat het aangeefster zou zijn geweest die had aangegeven dat ze “in natura wilde betalen”. Deze wisselende verklaringen maken dat de rechtbank de latere verklaringen van verdachte niet betrouwbaar acht.
Met name in zijn laatste verhoor van 26 november 2021 en ter zitting heeft verdachte een scenario geschetst waarbij het aangeefster was die het voortouw zou hebben genomen door haar shirt omhoog te trekken om haar borsten aan hem te laten zien. Deze verklaring van verdachte komt de rechtbank vreemd voor aangezien verdachte op 18 november 2021 heeft verklaard dat aangeefster bevroren was en zich niet kon verweren en verdachte daarnaast via WhatsApp excuses aan aangeefster heeft gemaakt omdat hij te ver was gegaan. Die uitlatingen van verdachte stroken niet met een scenario waarbij aangeefster haar borsten zou hebben laten zien en verdachte daar kort aan zou hebben gezeten..
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
Verdachte heeft zich daarnaast ook schuldig gemaakt aan brandstichting in een container in Roosendaal, omdat hij een einde aan zijn leven wilde maken. Verdachte heeft uiteindelijk de brandende container, zonder hulp in te roepen, verlaten waardoor de brand nog verder om zich heen heeft kunnen grijpen. Door het handelen van verdachte is er veel schade ontstaan aan de container en de goederen die zich in de container bevonden.
7.De vorderingen van de benadeelde partijen
- € 280,- voor het afhandelen van de schade;
- € 944,- voor het opruimen van de afgebrande container;
- € 3.500,- voor het aanschaffen van een tweedehands container;
- € 6.800,- voor de aanschaf van een nieuwe inventaris.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden: