Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Beoordeling door de rechtbank
3.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2017. De inspecteur had een belastbaar inkomen uit werk en woning vastgesteld van € 35.053 en daarbij belastingrente in rekening gebracht.
Tijdens de zitting op 24 mei 2022 heeft de inspecteur aangegeven het beroep volledig tegemoet te komen. Partijen zijn het eens dat belanghebbende moet worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige, waarbij negatieve inkomsten uit eigen woning en giftenaftrek in aanmerking moeten worden genomen. De rechtbank volgt dit standpunt en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 32.286.
De belastingrente wordt overeenkomstig verminderd. Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet de inspecteur het griffierecht van € 49 en proceskosten van € 59 aan belanghebbende vergoeden. De uitspraak vervangt de bestreden uitspraak op bezwaar en is openbaar gemaakt. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2017 en belastingrente worden verminderd en de inspecteur moet griffierecht en proceskosten vergoeden.