De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 7 juni 2022 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van stalking van een collega gedurende ongeveer vijf maanden. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 24 mei 2022, waarbij zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten presenteerden.
De rechtbank oordeelde dat verdachte wettig en overtuigend schuldig was aan het stelselmatig en wederrechtelijk lastigvallen van het slachtoffer door het sturen van talloze e-mails, WhatsApp-berichten, SMS-berichten, Teams-berichten, het herhaaldelijk bellen en het overmaken van kleine geldbedragen met privéboodschappen. Hoewel verdachte verklaarde dat zijn gedrag voortkwam uit een emotionele band en psychische problemen, verwierp de rechtbank dit als rechtvaardiging voor zijn gedrag.
De rechtbank nam mee dat het slachtoffer duidelijk had aangegeven geen privécontact meer te wensen en dat verdachte deze wens negeerde. De gedragingen hadden een ernstige impact op het persoonlijke leven van het slachtoffer, wat leidde tot stress en angst. Gezien de ernst van het feit en de relatie tussen verdachte en slachtoffer op de werkvloer, legde de rechtbank een taakstraf van 120 uur op, met een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank sprak verdachte vrij van gedragingen buiten de tenlastegelegde periode en benadrukte dat een schuldigverklaring zonder strafoplegging niet passend was. De strafoplegging hield rekening met de psychische klachten van verdachte, maar stelde dat hij verantwoordelijk bleef voor zijn daden.