Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, maakte bezwaar tegen een verzuimboete van €369 die was opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aangifte inkomstenbelasting 2017. De rechtbank hield op 10 mei 2022 een zitting waar de inspecteur werd gehoord, maar belanghebbende was niet aanwezig.
De rechtbank stelde vast dat de uitnodiging en aanmaningen correct en tijdig naar het juiste adres waren verzonden en ontvangen. Belanghebbende voerde aan dat door zijn echtscheidingsprocedure de post niet werd verstrekt door zijn ex-partner en dat hij zijn sleutel van de postbus kwijt was, waardoor hij de aanmaningsbrief niet ontving. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden voor rekening en risico van belanghebbende komen.
De verzuimboete is gebaseerd op het feit dat de aangifte niet binnen de gestelde termijn is ingediend. Opzet of schuld is niet vereist voor het opleggen van deze boete, maar afwezigheid van alle schuld kan tot het achterwege laten van de boete leiden. Belanghebbende bracht geen omstandigheden aan die aantonen dat hij alle redelijk te vergen zorg heeft betracht.
De rechtbank achtte de boete passend en geboden, ook omdat de aangifte slechts één dag te laat was ingediend, wat geen grond is voor vermindering of vernietiging van de boete. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete van €369 wegens te late aangifte inkomstenbelasting 2017 is ongegrond verklaard.