Eiser, voormalig heftruckchauffeur, is sinds 25 januari 2018 arbeidsongeschikt wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende hem per 23 januari 2020 een WGA-loonaanvullingsuitkering toe met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Eiser maakte bezwaar tegen de mate van arbeidsongeschiktheid en de dagloonvaststelling.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd door verzekeringsartsen, die constateren dat eiser niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is omdat verbetering van de belastbaarheid mogelijk blijft. De functionele beperkingen zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en de psychische klachten zijn onvoldoende ernstig om te spreken van onzelfredzaamheid. De arbeidsdeskundige bevestigt dat eiser 100% arbeidsongeschikt is per einde wachttijd.
Ten aanzien van het dagloon stelt de rechtbank vast dat het UWV de referteperiode correct heeft toegepast en dat het dagloon van €80,79 inclusief indexering juist is vastgesteld. Eiser heeft geen nieuwe feiten aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.