Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 13 mei 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] ,
de Staat der Nederlanden(de minister van Justitie en Veiligheid).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 541;
- gelast dat de Staat der Nederlanden het door belanghebbende betaalde griffierecht aan hem vergoedt, zijnde € 48.