ECLI:NL:RBZWB:2022:2576
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst/Toeslagen niet tijdig heeft beslist op haar verzoek van 25 januari 2021 om herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 23 februari 2022 in gebreke heeft gesteld. Na het verstrijken van de ingebrekestellingstermijn is het beroep gegrond verklaard. De rechtbank draagt de Belastingdienst op binnen negen weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Vanwege het grote aantal verzoeken om herbeoordeling acht de rechtbank een langere termijn dan de standaard twee weken redelijk. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000, waarvan het maximale bedrag van €1.442 reeds is verbeurd.
Daarnaast wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €50 en proceskosten van €379,50 aan eiseres. De rechtbank sluit zich aan bij de dwangsomregeling van de Awb en benadrukt het belang van een tijdige besluitvorming in deze zaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, draagt de Belastingdienst op binnen negen weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op wegens overschrijding beslistermijn.