ECLI:NL:RBZWB:2022:2566
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV na toekenning IVA-uitkering na beroep
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 11 februari 2020, waarin een verzoek tot herziening van een eerdere weigering van een WIA-uitkering werd afgewezen. Op 26 januari 2022 nam het UWV een nieuw besluit waarin het bezwaar alsnog werd gegrond verklaard en verzoeker met terugwerkende kracht vanaf 25 juli 2011 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt werd geacht, waarna een IVA-uitkering werd toegekend.
Naar aanleiding van dit nieuwe besluit trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV reageerde hierop en liet het oordeel aan de rechtbank over. De rechtbank besloot, conform artikel 8:54 Awb Pro, de zaak zonder zitting af te doen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV in de proceskosten van de beroepsfase, vastgesteld op € 1.518,00. Het griffierecht van € 48,00 werd reeds door het UWV vergoed, zodat daarvoor geen veroordeling nodig was. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 4 mei 2022.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 1.518,00 aan proceskosten aan verzoeker.