Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Halderberge om vijf panden aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het college wees dit verzoek bij besluit van 14 mei 2020 af. Na bezwaar verklaarde het college het primaire besluit gegrond wegens motiveringsgebrek en nam een nieuw besluit van 2 maart 2021, waarin opnieuw werd besloten de panden niet aan te wijzen als gemeentelijk monument.
Eiseres stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en voerde aan dat het college onzorgvuldig had gehandeld, onder meer door geen advies te vragen aan de adviescommissie en door een onvoldoende individuele beoordeling van de panden. De rechtbank oordeelde dat het college geen advies hoefde te vragen omdat er geen voornemen tot aanwijzing was. Wel concludeerde de rechtbank dat het college onvoldoende had onderbouwd waarom de monumentenstatus negatieve economische gevolgen zou hebben en dat de belangenafweging onzorgvuldig was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres.