ECLI:NL:RBZWB:2022:2395

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 mei 2022
Publicatiedatum
2 mei 2022
Zaaknummer
02-296263-21
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 313 SvArt. 26 lid 1 Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek wegens afwijking definitieve tenlastelegging in vuurwapenzaak

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 april 2022 een zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van een vuurwapen en bijbehorende munitie in de periode oktober 2021 te Terheijden. Tijdens de zitting werd de tenlastelegging gewijzigd conform artikel 313 Sv Pro, waarbij de bewoordingen in de definitieve tenlastelegging afweken van de oorspronkelijke dagvaarding.

De rechtbank constateerde tijdens beraadslaging dat de woorden "voorhanden heeft/hebben gehad" ontbraken in de gewijzigde tenlastelegging, terwijl partijen en de rechtbank bij de behandeling ervan ervan uitgingen dat deze wel waren opgenomen. Dit leidde tot een onvolledig onderzoek ter terechtzitting omdat partijen zich niet over deze afwijking konden uitlaten.

Om verrassingsbeslissingen te voorkomen besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en te schorsen, met de opdracht om het onderzoek op een nader te bepalen datum te hervatten. Verdachte en zijn raadsman zullen worden opgeroepen voor de hervatting van het onderzoek.

De rechtbank verklaarde de dagvaarding geldig, was bevoegd, en oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk was in de vervolging. Er was geen reden voor schorsing van de vervolging, behalve de heropening vanwege de onvolledigheid in de tenlastelegging.

Het vonnis werd uitgesproken op 3 mei 2022 door de meervoudige kamer in Breda, waarbij de voorzitter en twee rechters het vonnis wezen.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en geschorst om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de gewijzigde tenlastelegging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02/296263-21
vonnis van de meervoudige kamer van 3 mei 2022
in de strafzaak tegen
[Verdachte]
geboren op [Geboortedag] 1994 te [Geboorteplaats- en Land]
verblijvende [Adres]
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Middelburg,
raadsman mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 april 2022, waarbij de officier van justitie, mr. T.C.M. Hendriks, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting van 19 2022 gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging luidt als volgt:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en met 30 oktober 2021 te Terheijden, gemeente Drimmelen, in elk geval in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), een vuurwapen in de zin van art. 1 onder Pro 3, gelet op art. 2 lid Pro 1, van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een (doorgeladen)pistool, van het merk Glock, model 26 gen.5, kaliber 9 x 19 mm. (wapennummer BHSC286 en goednummer 2392681) zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch en/of semi automatisch te vuren;
en/of bijbehorende (trommel)patroonmagazijn(en) in de zin van art. 3 onder Pro 1º van de Wet Wapens en Munitie, te weten:
- een patroonmagazijn (onbekend merk kaliber 9 m.m – goednr. 2392906); en/of
- een (trommel) patroonmagazijn (onbekend merk, kaliber 9 m.m.–goednr. 2392685); en/of
- een patroonmagazijn (onbekend merk, kaliber 9 m.m – goednr. 2392684), zijnde een (trommel) patroonmagazijn een hulpstuk en/of onderdeel dat van wezenlijke aard en (specifiek) bestemd is voor een pistool van het merk Glock, voornoemd;
en/of bijbehorende munitie in de zin van art. 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III te weten:
- 16 kogelpatronen (merk Geco en/of merk GFL, kaliber 9 m.m – goednr. 2393191); en/of
- 1 kogelpatroon (merk GFL, kaliber 9 m.m. – goednr. 2392686) en/of
- 50 kogelpatronen (merk Geco en/of merk S&B, kaliber 9 m.m – goednr. 2393187); en/of
- 30 kogelpatronen (merk S&B, kaliber 9 m.m. – goednr. 2393188); en/of
- Een doosje met 34 kogelpatronen (merk CBC en/of merk Geco, kaliber 9 m.m.– goednummer 2392687),
zijnde munitie die (uitsluitend) geschikt is voor vuurwapens van Categorie III;
(art. 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie).

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting.

Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, aangezien de rechtbank in raadkamer heeft geconstateerd dat in de tekst van de op zitting van 19 april 2022 overgelegde en door de rechtbank toegelaten wijziging tenlastelegging, anders dan in de oorspronkelijke dagvaarding, niet de woorden “voorhanden heeft/hebben gehad” zijn opgenomen, terwijl de rechtbank en – althans zo heeft de rechtbank hun mededelingen en standpunten opgevat – partijen er bij de behandeling ter zitting van 19 april 2022 vanuit zijn gegaan dat die bewoordingen wel in de gewijzigde tenlastelegging waren vervat. Ter voorkoming van een verrassingsbeslissing is de rechtbank van oordeel dat het aangewezen is dat partijen zich over dit aspect nog kunnen uitlaten en zal het onderzoek ter terechtzitting daartoe worden heropend.

5.De beslissing.

De rechtbank:
-
heropent en schorsthet onderzoek en beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum zal worden hervat;
- beveelt de oproeping van verdachte en de raadsman tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter zitting zal worden hervat.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Hello, voorzitter, mr. R.J.H. Goossens en mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.J.A.M. Balemans, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 mei 2022.
De voorzitter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.