ECLI:NL:RBZWB:2022:231
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens ontbreken van belanghebbende bij Wajong-besluiten
De zoon van eiser heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij de aanvragen van 2016 en 2018 zijn afgewezen. Pas in 2020 werd met terugwerkende kracht een Wajong-uitkering toegekend met ingang van 2016. Eiser vordert namens zichzelf schadevergoeding omdat hij kosten heeft gemaakt voor de zorg en begeleiding van zijn zoon, die volgens hem minder zouden zijn geweest indien de uitkering eerder was toegekend.
Het UWV stelt dat er geen sprake is van een onrechtmatig besluit en dat eiser geen belanghebbende is bij de besluiten die aan zijn zoon zijn gericht. De rechtbank bevestigt dat alleen belanghebbenden bij het besluit aanspraak kunnen maken op schadevergoeding volgens artikel 8:88 Awb Pro.
Omdat de besluiten niet aan eiser zijn gericht en hij geen rechtstreeks belang heeft, verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk. De rechtbank wijst erop dat eiser zijn schadeclaim kan voorleggen aan de civiele rechter, aangezien de bestuursrechter het verzoek niet inhoudelijk kan beoordelen.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en griffier A.J.M. van Hees op 19 januari 2022. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belanghebbende is bij de besluiten aan zijn zoon.