ECLI:NL:RBZWB:2022:2293
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde tussenwoning Goirle kalenderjaar 2020
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €276.000 voor zijn tussenwoning in Goirle voor het kalenderjaar 2020. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de waardepeildatum 1 januari 2019 is en dat de waardering is gebaseerd op de vergelijkingsmethode met referentiewoningen. De heffingsambtenaar heeft een waardematrix en een toelichting overgelegd waarin correcties voor kwaliteit, onderhoud en ligging zijn verwerkt. Belanghebbende betwistte onvoldoende inzicht in de waardebepaling en vond de correcties niet consistent.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De overgelegde stukken geven inzicht in de gehanteerde methodiek en correcties. De berekening van de waarde per kubieke meter van de vergelijkingspanden is plausibel en belanghebbende heeft geen gegronde tegenargumenten aangedragen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €276.000 wordt ongegrond verklaard.