ECLI:NL:RBZWB:2022:2284
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over WOZ-waarde supermarkt te Tilburg
Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van een supermarkt aan een adres te Tilburg voor het kalenderjaar 2020, waarbij de waarde was vastgesteld op € 2.588.000,00. Het geschil spitste zich toe op de juiste huurwaardekapitalisatiefactor die gebruikt moest worden bij de waardebepaling volgens de huurwaardekapitalisatiemethode.
De heffingsambtenaar baseerde zijn waardering op een onderzoek door een taxateur en gebruikte een bruto kapitalisatiefactor van 16,2, terwijl belanghebbende een lagere factor van 10,7 voorstelde. De kern van het geschil was het opslagrisicopercentage: 3,9% door de heffingsambtenaar versus 6,11% door belanghebbende.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld, mede gelet op de aankoop- en bouwkosten van het pand uit 2017. De rechtbank vond de onderbouwing van het opslagpercentage van 3,9% overtuigend, gelet op het relatief nieuwe pand en de goede locatie, en wees het beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T. Peters op 29 april 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 2.588.000,00 wordt ongegrond verklaard.