ECLI:NL:RBZWB:2022:228
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake Wob-verzoek afgewezen
Opposant had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de gedeputeerde staten van Zeeland op zijn Wob-verzoek van 28 mei 2021. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat opposant geen ingebrekestelling had gestuurd, zoals vereist volgens artikel 6:12 Awb Pro.
Tegen deze uitspraak stelde opposant verzet in, stellende dat bezwaar maken niet verplicht was en dat hij al wist dat op 22 juni 2021 een besluit was genomen, hoewel hij dit nog niet had ontvangen. De verzetrechter beoordeelde of de rechtbank terecht oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was.
De verzetrechter oordeelde dat ook bij keuze voor direct beroep zonder bezwaar de algemene regels van bezwaar en beroep gelden, waaronder de verplichting tot ingebrekestelling. Bovendien was bij het indienen van het beroepschrift al een besluit genomen en was verweerder niet in gebreke. Daarom was het beroep niet-ontvankelijk en het verzet ongegrond.
De uitspraak van 25 oktober 2021 blijft daarmee in stand en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.