ECLI:NL:RBZWB:2022:1992

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 maart 2022
Publicatiedatum
14 april 2022
Zaaknummer
20/7581
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 3:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn in belastingzaak

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarde van een onroerende zaak voor het kalenderjaar 2020, zoals vastgesteld door de heffingsambtenaar van de gemeente Geertruidenberg. Na afwijzing van het bezwaar door de heffingsambtenaar, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank.

De rechtbank beoordeelde dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend. De termijn begon te lopen op 9 juni 2020 en eindigde op 21 juli 2020, terwijl het beroepschrift pas op 24 juli 2020 door de rechtbank werd ontvangen. Ook de postdatum van 23 juli 2020 viel buiten de termijn, zodat het beroep niet tijdig was ingediend.

Belanghebbende voerde aan dat de overschrijding te wijten was aan bedrijfssluiting vanwege corona en drukte, maar de rechtbank achtte dit geen reden voor verschoonbaarheid. De beroepstermijn is van openbare orde, waardoor overschrijding leidt tot niet-ontvankelijkheid. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.

De uitspraak werd gedaan door rechter C.A.F. van Ginneken en griffier W.C.C. Koreman-de Bok op 31 maart 2022 en is openbaar gemaakt. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
Locatie: Breda
Zaaknummer 20/7581
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 31 maart 2022 van de enkelvoudige kamer in het geding tussen

[belanghebbende] , gevestigd te [plaats 1] ,

belanghebbende,
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Geertruidenberg,

de heffingsambtenaar.

Procesverloop

De heffingsambtenaar heeft in een beschikking van 29 februari 2020 de waarde van de onroerende zaak gelegen aan [straatnaam] te [plaats 2] voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 464.000.
Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 8 juni 2020 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft daartegen op 24 juli 2020 beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld op de zitting in Breda op 31 maart 2022. Namens belanghebbende is [gemachtigde] verschenen. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank voorafgaand aan de zitting laten weten dat namens hem niemand zou verschijnen.
Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Overwegingen

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken [1] en vangt aan met ingang van de dag na die waarop de uitspraak op bezwaar aan belanghebbende is bekend gemaakt [2] , in dit geval is toegezonden [3] . Uitgaande van een verzending van de uitspraak op bezwaar op de dag van de dagtekening, zijnde maandag 8 juni 2020, is de beroepstermijn gestart op dinsdag 9 juni 2020 en geëindigd op dinsdag 21 juli 2020. Volgens de stempel van de rechtbank is het beroepschrift binnengekomen op 24 juli 2020, dus buiten de beroepstermijn.
Op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb is een beroepschrift ook tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Uit de stempel op de envelop waarin het beroepschrift is ingediend blijkt dat deze op 23 juli 2020 ter post is bezorgd. Ook dat is buiten de beroepstermijn waardoor het beroep niet om deze reden alsnog ontvankelijk kan worden verklaard.
De beroepstermijn is van openbare orde. Dit betekent dat bij een termijnoverschrijding een niet-ontvankelijkverklaring moet volgen. Dat is alleen anders indien ‘redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest’, oftewel indien de termijnoverschrijding ‘verschoonbaar’ is [4] . Belanghebbende heeft desgevraagd verklaard dat de uitspraak op bezwaar tijdig is ontvangen, maar dat het vanwege de sluiting van het bedrijf gedurende twee weken als gevolg van de Corona-maatregelen en zijn drukke overige bezigheden, niet tijdig beroep is ingesteld. . De rechtbank ziet hierin echter geen reden voor een verschoonbare termijnoverschrijding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.F. van Ginneken, rechter, in aanwezigheid van mr. W.C.C. Koreman-de Bok, griffier, op 31 maart 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Voetnoten

4.Artikel 6:11 van Pro de Awb.