Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 2:in de periode van 9 april 2018 tot en met 6 augustus 2020 samen met een ander drie woonstichtingen heeft opgelicht;
feit 3:in de periode van 14 januari 2020 tot en met 21 juli 2020 samen met een ander drie autoverhuurbedrijven heeft opgelicht;
feit 4:in de periode van 21 januari 2019 tot en met 18 juni 2019 de identiteitsgegevens van een ander heeft gebruikt om vakanties te boeken en annuleringsverzekeringen af te sluiten;
€ 55.113,08 heeft witgewassen.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- [verzekeringsmaatschappij 1] bewogen tot de afgifte van 2906,10 euro (zaak 1) en
- [verzekeringsmaatschappij 2] bewogen tot de afgifte van 3172,- euro (zaak 8) en
- [verzekeringsmaatschappij 3] bewogen tot de afgifte van 4500,- euro (zaak 12) en 2939,- euro (zaak 21) en
- [verzekeringsmaatschappij 4] bewogen tot de afgifte van 1144,- euro (zaak 27) en 1455,- euro (zaak 35),
- [verzekeringsmaatschappij 1] op 28 maart 2018 een schadeformulier ingediend in verband met een geannuleerde reis waarbij als reden voor de annulering werd opgevoerd de toewijzing van een huurwoning op 27 maart 2018 en een geplande operatie van verdachte op 3 april 2018 en
- [verzekeringsmaatschappij 2] op 12 december 2018 een schadeformulier ingediend in verband met een geannuleerde reis waarbij als reden voor de annulering werd opgevoerd de toewijzing van een huurwoning op 12 december 2018 en de ontvangst van de sleutel van de huurwoning op 2 januari 2019 en
- [verzekeringsmaatschappij 3] op 21 januari 2019 een schadeformulier ingediend in verband met een geannuleerde reis waarbij als reden voor de annulering werd opgevoerd de toewijzing van een huurwoning op 18 januari 2019 en
- [verzekeringsmaatschappij 3] op 24 juli 2019 een schade gemeld in verband met een geannuleerde reis waarbij als reden voor de annulering werd opgevoerd het overlijden van [naam 1] d.d. 24 juli 2019 en
- [verzekeringsmaatschappij 4] op 27 september 2019 een schadeformulier ingediend in verband met een geannuleerde reis waarbij als reden voor de annulering werd opgevoerd de toewijzing van een huurwoning op 25 september 2019 en
- [verzekeringsmaatschappij 4] op 5 januari 2020 een schadeformulier ingediend in verband met een geannuleerde reis waarbij als reden voor de annulering werd opgevoerd de toewijzing van een huurwoning op 30 december 2019 (onder voorbehoud) en 3 januari 2020 (definitief)
- [woonstichting 1] heeft bewogen tot de afgifte van (de sleutel van) een woning gelegen aan de [adres 1] en
- [woonstichting 2] heeft bewogen tot de afgifte van (de sleutel van) een woning gelegen aan de [adres 2]
- [woonstichting 3] heeft bewogen tot de afgifte van (de sleutel van) een woning gelegen aan het [adres 3] ,
- onjuiste informatie aangeleverd betreffende het woonverleden en
- doen voorkomen dat zij, verdachte, de afgesproken huurpenningen zou voldoen en zich aldus voorgedaan als betrouwbaar huurder,
- bij reisorganisatie [reisorganisatie] een reis naar Curaçao geboekt en bij reisorganisatie [vliegmaatschappij] een reis naar Cuba geboekt en
- bij verzekeringsmaatschappij [verzekeringsmaatschappij 3] en [verzekeringsmaatschappij 1] en [verzekeringsmaatschappij 5] en [verzekeringsmaatschappij 6] en [verzekeringsmaatschappij 7] (telkens) een annuleringsverzekering afgesloten,
- bij [bedrijf] groot 400 euro aangevraagd en uitgekeerd gekregen,
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
- huurkosten € 1.000,-
- verreden kilometers, kosten voor het ophalen van de bus uit Brussel
(inclusief brandstof), nieuwe sleutel laten maken en inleren en
schoonmaakkosten € 1.940,71
- parkeerkosten en kosten overnachting € 419,00
- incassokosten € 1.000,-
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om
zijn identiteit te verhelen en de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor
uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd;
biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om
zijn identiteit te verhelen en de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor
uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan;
een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 178 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
een taakstraf van 240 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;
mr. G.M. Goes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 31 maart 2022.