Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 4 april 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
40 uur per week. Voor dat werk is hij op 30 juli 2017 uitgevallen vanwege belemmerende gezondheidsklachten. Sindsdien ontving eiser een uitkering op grond van de Ziektewet van het UWV.
Omvang geschil
.
Wettelijk kader
Medische beoordeling
Geschiktheid voor de functies
6 april 2020 en arbeidsdeskundige b&b [naam arbeidsdeskundige 2] van 8 december 2020. Daarin is inzichtelijk gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, eiser de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan deze functies. Zijn standpunt dat hij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit voort uit zijn opvatting dat zijn medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 4.4 heeft geconcludeerd, is die opvatting niet juist. De hiervoor genoemde functies mochten dan ook worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Mate van arbeidsongeschiktheid
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
mr. A.M. Pasmans, griffier, op 4 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.