ECLI:NL:RBZWB:2022:1707

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 april 2022
Publicatiedatum
4 april 2022
Zaaknummer
AWB- 22_1561 VV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging Ziektewetuitkering

Verzoeker heeft op 17 maart 2022 een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit tot beëindiging van zijn recht op een uitkering op grond van de Ziektewet. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten geen zitting te houden.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker niet heeft voldaan aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro door geen kopie van het bestreden besluit en het bezwaarschrift te overleggen, noch de gronden van het verzoek en de spoedeisendheid te onderbouwen. Ondanks een schriftelijke aanmaning om deze verzuimen binnen een week te herstellen, heeft verzoeker geen aanvullende stukken ingediend.

Daarnaast kan zonder deze stukken niet worden beoordeeld of aan de eis van connexiteit is voldaan, zoals vereist op grond van artikel 8:81 Awb Pro. Gelet op deze tekortkomingen verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van noodzakelijke stukken en onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/1561 ZW VV

uitspraak van 4 april 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoek(st)er,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder.

Procesverloop

Verzoek(st)er heeft bij verzoek van 17 maart 2022 verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening inzake een besluit tot beëindiging van zijn/haar recht op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW).
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:5 van Pro de Awb moet een verzoeker bij zijn verzoekschrift een kopie van het bestreden besluit bijvoegen, een kopie toesturen van het bezwaarschrift, de gronden van het verzoek meedelen en onderbouwen welke spoedeisende belangen het treffen van een voorlopige voorziening vereisen. Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Awb zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op een verzoek om een voorlopige voorziening.
3. Verzoek(st)er is, gelet op artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb, in verzuim geweest een kopie van het besluit waar verzoek(st)er het niet mee eens is en een kopie van het bezwaarschrift toe te sturen, de gronden van het verzoek mede te delen en te onderbouwen welke spoedeisende belangen het treffen van een voorlopige voorziening vereisen. De griffier heeft bij brief van 18 maart 2022 verzoek(st)er in de gelegenheid gesteld om binnen één week na dagtekening van die brief deze verzuimen te herstellen. Verzoek(st)er heeft dit niet gedaan; de rechtbank heeft geen stukken meer ontvangen. In de brief is gewezen op het risico van niet-ontvankelijk verklaring.
4. Iemand die verzoekt om een voorlopige voorziening, moet tevens op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, voldoen aan de eis van connexiteit. De voorzieningenrechter kan in deze zaak door het ontbreken van eerdergenoemde stukken evenmin beoordelen of sprake is van connexiteit.
5. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 4 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.