ECLI:NL:RBZWB:2022:1707
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging Ziektewetuitkering
Verzoeker heeft op 17 maart 2022 een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit tot beëindiging van zijn recht op een uitkering op grond van de Ziektewet. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten geen zitting te houden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker niet heeft voldaan aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro door geen kopie van het bestreden besluit en het bezwaarschrift te overleggen, noch de gronden van het verzoek en de spoedeisendheid te onderbouwen. Ondanks een schriftelijke aanmaning om deze verzuimen binnen een week te herstellen, heeft verzoeker geen aanvullende stukken ingediend.
Daarnaast kan zonder deze stukken niet worden beoordeeld of aan de eis van connexiteit is voldaan, zoals vereist op grond van artikel 8:81 Awb Pro. Gelet op deze tekortkomingen verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van noodzakelijke stukken en onderbouwing.