Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 16 mei 2021 vond in Tilburg een geweldsincident plaats waarbij verdachte samen met medeverdachten betrokken was bij het slaan en schoppen van het slachtoffer. Het slachtoffer liep een hersenschudding en een gekneusde hand op.
De officier van justitie beschuldigde verdachte van medeplegen van poging tot doodslag, gebaseerd op het veelvuldig slaan en schoppen tegen het hoofd en lichaam van het slachtoffer. De verdediging ontkende dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan deze poging en voerde aan dat verdachte slechts een beperkte rol had en niet gericht was op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
De rechtbank oordeelde dat verdachte weliswaar enkele geweldshandelingen had verricht, maar dat hij zich grotendeels afzijdig had gehouden en dat niet kon worden vastgesteld dat hij de dood of zwaar lichamelijk letsel wilde veroorzaken of bewust aanvaardde. Ook ontbrak het aan een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachten om van medeplegen te spreken.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde feit. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen omdat verdachte was vrijgesproken. Partijen dragen ieder hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling wegens onvoldoende bewijs.