ECLI:NL:RBZWB:2022:1558

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 maart 2022
Publicatiedatum
29 maart 2022
Zaaknummer
02-238162-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing voorlopige hechtenis wegens bijzondere omstandigheden oorlogssituatie Oekraïne

Op 14 september 2021 is de voorlopige hechtenis van verdachte bevolen vanwege betrokkenheid bij het proberen te vervoeren van een groep Albanese personen naar Groot-Brittannië, een ernstig strafbaar feit. Op 24 maart 2022 diende verdachte een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis in.

De rechtbank heeft op 29 maart 2022 het verzoek behandeld en daarbij het strafdossier bestudeerd en partijen gehoord. De rechtbank benadrukt dat verdachte in beginsel het recht heeft om zijn berechting in vrijheid af te wachten, tenzij het belang van de samenleving bij voortzetting van de hechtenis zwaarder weegt.

De oorlogssituatie in Oekraïne, waar de minderjarige kinderen van verdachte met zijn ex-vrouw verblijven, vormt een bijzondere en zwaarwegende omstandigheid. Verdachte heeft een dringende wens om zijn gezin in veiligheid te brengen en daarna bij te dragen aan de verdediging van Oekraïne. Daarnaast is het aandeel van verdachte bij het strafbare feit relatief beperkt, duurt de voorlopige hechtenis al bijna zeven maanden en is er geen zicht op een spoedige inhoudelijke behandeling van de zaak.

Gezien deze omstandigheden weegt het persoonlijk belang van verdachte zwaarder dan het strafvorderlijk belang, waardoor de rechtbank de voorlopige hechtenis schorst onder voorwaarden.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt geschorst onder voorwaarden vanwege bijzondere persoonlijke omstandigheden door de oorlog in Oekraïne.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-238162-21
bevel schorsing voorlopige hechtenis van de raadkamer d.d. 29 maart 2022
(artikel 80 Wetboek Pro van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte] ,
geboren op [Geboortedag] 1984 ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
nu gedetineerd in P.I. Ter Apel, HvB.
Raadsman mr. J.H.E.M. Kersemaekers.

Procedure

Op 14 september 2021 heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen. Op 24 maart 2022 is op de griffie van de rechtbank een verzoekschrift ingekomen dat strekt tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft op 29 maart 2022 de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord.

Beoordeling

De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat een verdachte in beginsel het recht heeft zijn berechting in vrijheid af te wachten. Er heeft immers nog geen veroordeling door een rechter plaatsgevonden. Verdachte wordt in deze zaak verweten dat hij samen met een ander heeft geprobeerd om een groep Albanese personen met een zeiljacht naar Groot-Brittannië te brengen. Dit is een zogeheten twaalfjaarsfeit waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch is een schorsing van de voorlopige hechtenis in zo’n geval slechts aan de orde als sprake is van bijzondere, zwaarwegende, de persoon van verdachte betreffende omstandigheden, op grond waarvan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis moet wijken voor het persoonlijk belang van de verdachte.
De rechtbank is van oordeel dat van dergelijke omstandigheden sprake is. Gedurende de voorlopige hechtenis van verdachte is Oekraïne betrokken geraakt in een oorlogssituatie. De minderjarige kinderen van verdachte wonen daar met zijn ex-vrouw. Zij dragen beiden zorg voor hun opvoeding. Verdachte heeft naar voren gebracht dat zij door de oorlogssituatie plotseling in een gevaarlijke en onzekere situatie verkeren. Hij heeft de indringende wens om zijn ex-vrouw en kinderen in veiligheid te brengen en vervolgens mee te helpen zijn land te verdedigen. De grote zorgen van verdachte om het lot van zijn minderjarige kinderen, die op dit moment verblijven in een gebied van Oekraïne waar actief oorlog wordt gevoerd, zijn naar het oordeel van de rechtbank bijzondere en zwaarwegende omstandigheden die een schorsing van de voorlopige hechtenis rechtvaardigen. Verder is voor de rechtbank van belang dat het aandeel van verdachte bij het feit waar hij van wordt verdacht relatief beperkt lijkt, dat de voorlopige hechtenis van verdachte op dit moment al bijna zeven maanden duurt en dat er geen zicht is op een inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak op korte termijn.
De rechtbank komt, alles afwegende, tot de conclusie dat het persoonlijk belang van verdachte zwaarder weegt dan het strafvorderlijk belang. Het schorsingsverzoek wordt dan ook toegewezen.

Beslissing

De rechtbank:
schorst de voorlopige hechtenis met ingang van 30 maart 2022 te 11:00 uur, onder de volgende voorwaarden:
De verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis onttrekken, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen.
Indien de verdachte wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zal de verdachte zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging daarvan.
De verdachte zal zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken.
Dit bevel is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 29 maart 2022 door:
mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter,
mr. H. Skalonjic en mr. A.B. Scheltema Beduin, rechters,
in tegenwoordigheid van I.A. Walhout, griffier.