Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
geldbedragenheeft onttrokken en zich wederrechtelijk heeft toegeëigend van [Naam 1] .
- een grote hoeveelheid [Naam 2] onttrokken aan [Naam 1] en [Naam 2] verkocht en doen verkopen zonder de opbrengst te (doen) verantwoorden in de administratie van [Naam 1] en
- geldbedragen zonder adequate tegenprestatie en zonder onderbouwing in de administratie doen overmaken en ontvangen op de bankrekening van bedrijf [Naam 11] en
-een bedrag heeft ontvangen op zijn bankrekening via [Naam 11] zonder adequate tegenprestatie of onderbouwing in de administratie;
2.in de periode van 29 december 2014 tot en met 30 juni 2016 te Oud Gastel opzettelijk een grote hoeveelheid [Naam 2] en geldbedragen die toebehoorden aan [Naam 1] en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn beroep als feitelijk bestuurder van [Naam 1] onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
3.in de periode van 29 december 2014 tot en met 30 juni 2016 te Oud Gastel tezamen en in vereniging met een ander, als feitelijk bestuurder van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [Naam 1] , welke besloten vennootschap bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Zeeland-West-Brabant op 15 maart 2016 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van die besloten vennootschap, niet heeft voldaan aan de mede op hem, verdachte, rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in die artikelen bedoeld, immers hebben verdachte en zijn mededader als (feitelijk) bestuurders van voornoemde rechtspersoon, met dat opzet- geen administratie gevoerd of laten voeren op zodanige wijze dat hieruit te allen tijde de rechten en de verplichtingen van die rechtspersoon konden worden gekend en- niet de (volledige) administratie van voornoemde rechtspersoon afdoende bewaard en- niet alle administratie van voornoemde rechtspersoon kunnen afgeven en ter beschikking kunnen stellen aan de curator.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een taakstraf van 240 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;
een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar;