Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2022:1276

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 maart 2022
Publicatiedatum
14 maart 2022
Zaaknummer
AWB- 22_1165 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering afgifte briefadres en niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Breda om een besluit te nemen op hun verzoek tot afgifte van een briefadres. Tevens verzochten zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter wees verzoekers bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen twee weken, met de waarschuwing dat niet tijdige betaling kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek. Het griffierecht werd echter niet binnen de gestelde termijn ontvangen.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht werd een zitting achterwege gelaten. De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek om voorlopige voorziening daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/1165 BRP VV

uitspraak van 11 maart 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] en [naam verzoekster], te [woonplaats verzoekers], verzoekers,

Gemachtigde: UnitedLegal,
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben op 19 februari 2022 bezwaar gemaakt tegen de weigering van verweerder om een besluit te nemen op hun verzoek tot afgifte van een briefadres. Tevens hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Dit vloeit voort uit artikel 8:82 van Pro de Awb, in samenhang met artikel 8:41 van Pro de Awb.
2. Verzoekers zijn bij aangetekende brief van 24 februari 2022 gewezen op de verplichting tot het betalen van griffierecht. Aan verzoekers is meegedeeld dat het griffierecht uiterlijk binnen twee weken moet worden betaald. Verzoekers zijn er in deze brief tevens op gewezen dat bij niet tijdige betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 11 maart 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is buiten staat om deze uitspraak mede te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.