ECLI:NL:RBZWB:2022:127
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming door Sociale Verzekeringsbank
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) over dubbele kinderbijslag voor haar minderjarige zoon. Tijdens de procedure heeft de rechtbank de Svb in de gelegenheid gesteld een gebrek in het besluit te herstellen. De Svb heeft vervolgens een aanvullende motivering ingediend en erkend dat verzoekster recht heeft op kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal van 2020.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van de Svb. De Svb stemde hiermee in, voor zover dit overeenkomt met het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld en geoordeeld dat de Svb tegemoet is gekomen aan verzoekster.
De rechtbank veroordeelt de Svb in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 2.059,00, gebaseerd op het aantal punten voor rechtsbijstand en zitting. Daarnaast is het griffierecht van € 48,00 aan verzoekster reeds door de Svb vergoed, zodat een aparte veroordeling daarvoor niet nodig is.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Sociale Verzekeringsbank in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 2.059,00.