Op 8 juli 2021 werd in een Citroën DS3 met Belgisch kenteken een professioneel aangebrachte verborgen ruimte achter de kentekenplaat aangetroffen met circa 9 kilo heroïne. Verdachte was bijrijder en eigenaar van de auto. Hij verklaarde niets te weten van de drugs of de verborgen ruimte.
De rechtbank oordeelde dat verdachte wetenschap had van de drugs, mede vanwege het professionele karakter van de verborgen ruimte, het langdurig eigenaarschap van de auto en de grote waarde van de heroïne. Verdachte gaf geen aannemelijke verklaring voor zijn onwetendheid.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de heroïne buiten Nederlands grondgebied wilde brengen, een strafbaar feit onder de Opiumwet. Verdachte werd veroordeeld tot 39 maanden gevangenisstraf en een geldboete van €21.750, waarbij rekening werd gehouden met zijn blanco strafblad en stabiele omstandigheden.
Daarnaast werd de inbeslaggenomen Citroën DS3 verbeurd verklaard. De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat lagere straffen passend zouden zijn en wees op de maatschappelijke impact van harddrugs en de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 11 maart 2022.