Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Beoordelingskader witwassen
Gronddelict
Witwasvermoeden
Verklaring van verdachte
€ 23.500,-
€ 1.317,50
Conclusie
Wat de andere twee boten betreft, heeft de rechtbank niet de overtuiging gekregen dat deze - middellijk of onmiddellijk - uit enig misdrijf afkomstig zijn. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de wijze van aanschaf, financiering en doorverkoop van de [boot 2] en de [boot 3] op zijn minst als bijzonder moet worden aangemerkt en aanwijzingen bevat dat sprake kan zijn van witwasconstructies. De rechtbank acht dit echter niet genoeg om in voldoende mate te kunnen uitsluiten dat verdachte een handige ondernemer is die slim onderhandelt en in dat kader opvallende overeenkomsten afsluit. Bij dit oordeel kent de rechtbank gewicht toe aan de verklaring van verdachte ter zitting, het feit dat er met betrekking tot feit 1 geen sprake is van een gronddelict en ten slotte het oordeel van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch dat verdachte over een aanzienlijk vermogen (heeft) beschikt. Verdachte had daarmee de financiële middelen om de onderhavige boten op legale wijze aan te schaffen.
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.