ECLI:NL:RBZWB:2022:101
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring transitievergoeding
Verzoekster diende een aanvraag in voor compensatie van de transitievergoeding die zij aan haar ex-werknemer had betaald. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling en verklaarde het bezwaar van verzoekster niet-ontvankelijk. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit. Vervolgens trok verweerder het bestreden besluit in en besloot alsnog de aanvraag in behandeling te nemen. Hierdoor trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overwoog dat bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, proceskosten kunnen worden toegewezen op grond van artikel 8:75a Awb. Verzoekster had tijdens de bezwaarfase geen proceskosten opgeëist, zodat de beoordeling zich beperkte tot de beroepsfase. De rechtbank oordeelde dat de tegemoetkoming kennelijk gegrond was en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten ad € 759,-.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 360,- door verweerder moet worden vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb. Verzoekster dient zich hiervoor rechtstreeks tot verweerder te wenden. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers op 14 januari 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster ad € 759,-.