Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
wonende te [Adres]
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 16 oktober 2018 vond in Etten-Leur een ernstig verkeersongeval plaats waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opliep. Verdachte, die met een snelheid van ongeveer 45 km/u reed waar 50 km/u was toegestaan, werd ervan verdacht het ongeval te hebben veroorzaakt door onvoorzichtig rijgedrag.
De officier van justitie stelde dat verdachte onvoldoende had geanticipeerd op een waarschuwingsbord en verblinding door de zon, wat leidde tot verwijtbare onvoorzichtigheid. De verdediging voerde aan dat verdachte door een kortstondige verblinding niet tijdig kon reageren en zich aan alle verkeersregels had gehouden.
De rechtbank oordeelde dat verdachte geen gevaarzettend rijgedrag vertoonde en dat de verblinding door de zon een niet te vermijden omstandigheid was. Verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit en de subsidiaire feiten omdat niet kon worden bewezen dat hij gevaar op de weg had veroorzaakt.
De gevolgen voor het slachtoffer en diens familie zijn ernstig en blijvend, maar dit leidt niet tot een veroordeling zonder bewijs van schuld. De rechtbank concludeerde dat verdachte niets meer deed dan van een gemiddeld automobilist mocht worden verwacht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onschuldige kortstondige verblinding door de zon waardoor geen gevaarzetting kon worden toegerekend.