ECLI:NL:RBZWB:2021:981

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 maart 2021
Publicatiedatum
5 maart 2021
Zaaknummer
AWB- 20_9037
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep wegens besluit op bezwaren

Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV over haar bezwaren tegen de beëindiging van haar Ziektewet-uitkering en de weigering van een WIA-uitkering. De rechtbank Oost-Brabant stuurde het beroep door naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant vanwege bevoegdheid.

Het UWV besloot uiteindelijk op 18 november 2020 op de bezwaren, waarna verzoekster het beroep introk met het verzoek tot veroordeling van het UWV in de proceskosten. Het UWV stemde in met een proceskostenvergoeding van een half punt.

De rechtbank oordeelde dat het UWV gedeeltelijk aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog te beslissen op de bezwaren en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van € 267,-. Het griffierecht van € 48,- wordt door het UWV vergoed op grond van de Awb, zodat hiervoor geen veroordeling nodig was.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 267,- aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/9037 WIA
uitspraak van 4 maart 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster,

gemachtigde: mr. D.M. Gijzen,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Heerlen), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld bij de rechtbank Oost-Brabant tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar bezwaren gericht tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering met ingang van 24 november 2019 en de weigering van een WIA-uitkering met ingang van 17 december 2019. De rechtbank Oost-Brabant heeft het beroepschrift doorgezonden aan deze rechtbank, omdat deze rechtbank bevoegd is het beroep te behandelen.
Bij besluit van 18 november 2020 heeft het UWV op de bezwaren beslist.
Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft bij brief van 27 januari 2021 aangegeven zich te kunnen vinden in een proceskostenvergoeding van een half punt.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 18 november 2020 dat het UWV in ieder geval gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen door naar aanleiding van het beroep alsnog op de bezwaarschriften te beslissen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Daarbij merkt de rechtbank het gewicht van de onderhavige zaak aan als licht, gelet op de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waarin is overwogen dat geschillen met betrekking tot het uitblijven van een besluit als licht moeten worden beschouwd.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 267,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534,‑ en wegingsfactor 0,5).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 48,- aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 267,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 4 maart 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.