Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 4 maart 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Mate van arbeidsongeschiktheid
Proceskosten en griffierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering per 26 juli 2019 te beëindigen. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser 52 weken arbeidsongeschikt is geweest en dat het UWV terecht heeft beoordeeld dat hij met algemeen geaccepteerde arbeid meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.
De medische beoordeling, gebaseerd op rapportages van verzekeringsartsen, is zorgvuldig uitgevoerd en houdt rekening met zowel lichamelijke als psychische beperkingen. Hoewel eiser psychische klachten en PTSS aanvoert, blijkt uit de stukken dat deze zich pas na de datum in geding hebben gemanifesteerd. De rechtbank acht het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig en ziet geen aanleiding voor een deskundigenonderzoek.
De arbeidsdeskundige heeft passende functies geselecteerd die eiser, rekening houdend met zijn beperkingen, kan verrichten. De berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid leidt tot minder dan 35%, waardoor het recht op Ziektewetuitkering vervalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 26 juli 2019 bevestigd.