Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
“Op dit moment wordt ik op vreselijke manier ‘weg gegooid’ van uit het [locatie] dankzij een goede zorgen van [naam 5] , zij heeft er voor gezorgd dat dossier wordt opgebouwd en rechtbank tegen mij wordt aangespannen” (…). Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat, indien en voor zover [werknemer] al gevolgd zou moeten worden in haar stelling dat onvoldoende gronden voor de non-actiefstelling aanwezig waren – hetgeen de kantonrechter verder in het midden laat –, het al met al niet opportuun is, ook niet bij wijze van voorlopige voorziening, om [werknemer] voor een periode van (vooralsnog) ongeveer enkele weken toe te laten op de werkvloer.