ECLI:NL:RBZWB:2021:695
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor vleesvarkensstal en bijbehorende voorzieningen
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noord-Beveland verleende op 23 juli 2019 een omgevingsvergunning aan de rechtsopvolger van een varkenshouderij voor het oprichten van een vleesvarkensstal, loods en bijbehorende voorzieningen. Eisers, bewoners van een nabijgelegen perceel, stelden beroep in tegen dit besluit, met name gericht op de activiteiten die in strijd zouden zijn met het bestemmingsplan en het legaliseren van niet-bestaande rechten.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk is omdat eisers in hun zienswijze milieuaspecten en het bestemmingsplan aan de orde hadden gesteld. De vergunning op grond van de Wet natuurbescherming was onherroepelijk en rechtsgeldig, en het bestreden besluit wijkt niet af van deze vergunning. De door eisers aangevoerde gronden over de vervallen Wet milieubeheer vergunning werden verworpen.
Ten aanzien van het bestemmingsplan stelde de rechtbank vast dat het perceel valt onder het bestemmingsplan 'bestemmingsplan2' met de bestemming 'Agrarisch' en functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Het college heeft binnen de planregels een afwijking toegestaan tot 5.500 m² bedrijfsvloeroppervlakte, waarbij is voldaan aan de toetsingscriteria. De belangenafweging van het college werd niet betwist en werd als redelijk beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten de vergunning te verlenen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de vleesvarkensstal wordt ongegrond verklaard.