ECLI:NL:RBZWB:2021:680
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na gedeeltelijke tegemoetkoming in WIA-uitkeringsbesluit
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van zijn WIA-uitkering. Het UWV wijzigde het besluit op 9 april 2018 en trok het deels in op 2 juli 2020. Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het UWV op grond van artikel 8:75a Awb gedeeltelijk aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten. De proceskosten werden vastgesteld op € 1.602,- voor rechtsbijstand, aangevuld met vergoeding van griffierecht en medische rapportages.
De medische kosten betroffen rapporten van een verzekeringsarts en een NKO-arts, waarvoor forfaitaire vergoedingen werden toegekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht en het Besluit tarieven in strafzaken 2003. De totale proceskostenvergoeding bedroeg € 3.865,15.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.E.C. Vriends en griffier R.V. van Vliet op 19 februari 2021, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verzet tegen deze uitspraak is mogelijk binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van verzoeker ter hoogte van € 3.865,15.