ECLI:NL:RBZWB:2021:6712
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift tegen boetebesluit
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een boetebesluit van het Centraal Administratie Kantoor (CAK), waarbij een boete aan hem was opgelegd. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en constateert dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken na de bekendmaking van het besluit op 26 januari 2021, waardoor de termijn eindigde op 9 maart 2021.
Eiser heeft het beroepschrift pas op 8 juni 2021 digitaal ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn. Hij heeft als reden opgegeven dat hij vanwege een immuunziekte en de coronacrisis zichzelf niet aan externe invloeden wilde blootstellen en dat hij geen tijdige reactie ontving op zijn bezwaar. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden geen verontschuldiging vormen voor het te laat indienen van het beroepschrift.
De rechtbank wijst erop dat eiser, indien hij gedurende de beroepstermijn niet in staat was zelf tijdig te handelen, iemand anders had kunnen inschakelen om het beroepschrift in te dienen. Ook als de termijn zou worden gerekend vanaf de ontvangst van de beslissing op bezwaar op 18 februari 2021, zou het beroepschrift nog steeds te laat zijn ingediend. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift zonder verontschuldigbare reden.