ECLI:NL:RBZWB:2021:6687
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minister in proceskosten na intrekking beroep NOW-1 wijzigingsbesluit
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van 12 mei 2021 over de definitieve tegemoetkoming NOW-1. Bij een besluit van 23 november 2021 wijzigde de minister dit besluit gedeeltelijk, waarna verzoekster het beroep introk met het verzoek de minister in de proceskosten te veroordelen.
De minister betwistte vergoeding van kosten buiten het griffierecht, omdat de gemachtigde pas in de beroepsprocedure betrokken was. De rechtbank besloot de behandeling van het verzoek achterwege te laten en oordeelde dat de minister op grond van artikel 8:75a Awb terecht werd veroordeeld in de proceskosten, vastgesteld op € 748,-- volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 360,-- door de minister vergoed moet worden op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb, zodat een veroordeling daarvoor niet nodig was. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 29 december 2021.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 748,-- aan proceskosten aan verzoekster.