Verzoekster, een minderjarige met ernstige beperkingen waaronder het Syndroom van West, woont momenteel in een aangepaste rolstoelgeschikte huurwoning. Haar ouders hebben een nieuwe woning gekocht die niet direct geschikt is voor haar, waarvoor een aanbouw met slaapkamer en badkamer noodzakelijk is. Het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom heeft een persoonsgebonden budget toegekend voor het geluidsdicht maken van de aanbouw, maar wijst vergoeding van de volledige aanbouwkosten af omdat de nieuwe woning niet voldoet aan de eisen en de ouders zonder toestemming hebben gekocht.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening in de vorm van een voorschot van €15.000,- om te starten met de aanbouw. De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend bij onverwijlde spoed en een evident onrechtmatig besluit. Er is geen sprake van een financiële noodsituatie of onomkeerbare situatie, aangezien verzoekster nog gebruik kan maken van de huidige woning.
Ook acht de voorzieningenrechter het gevraagde voorschot te verstrekkend voor een voorlopige voorziening, omdat bouwkundige aanpassingen niet gemakkelijk ongedaan gemaakt kunnen worden. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.