Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Overwegingen
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over de periode van 29 mei 2019 tot en met 17 februari 2020. De inspecteur deed uitspraak op bezwaar op 20 november 2020. Belanghebbende stelde dat hij pas op 27 januari 2021 bekend werd met deze uitspraak en diende op die datum beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de uitspraak op bezwaar uiterlijk op 20 november 2020 is verzonden, zoals aannemelijk gemaakt door de inspecteur aan de hand van de bezwaaradministratie en de gebruikelijke verzendprocedure. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken wanneer hij de uitspraak daadwerkelijk heeft ontvangen en verzocht ook niet om een duplicaat.
De beroepstermijn van zes weken begon derhalve op 21 november 2020 en eindigde op 4 januari 2021. Het beroep van belanghebbende, ingediend op 29 januari 2021, was daarmee te laat. De rechtbank vond geen reden om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen, ook niet vanwege het overlijden van de vader van belanghebbende.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.