Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
De rechtbank zal aan verdachte dan ook een taakstraf voor de duur van 50 uren met aftrek van het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren opleggen. Met dit voorwaardelijk strafdeel beoogt de rechtbank verdachte ervan te weerhouden in de toekomst nieuwe strafbare feiten te plegen en begeleiding en toezicht door de reclassering mogelijk te maken. Aan het voorwaardelijk strafdeel zullen de door de reclassering geadviseerde voorwaarden worden gekoppeld.
7.De benadeelde partij [slachtoffer]
€ 321,46 aan materiële schade en € 1000,- aan immateriële schade wegens de door moeder ondervonden psychische gevolgen, te vermeerderen met de wettelijke rente. De opgevoerde materiële schadepost betreft kosten voor de door moeder bezochte psycholoog.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
plegen;
een taakstraf van 50 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
25 dagen;
een gevangenisstraf van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich laat behandelen door Fivoor, Forensisch Poliklinisch Psychiatrische behandeling of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling, ook als dit het innemen van medicijnen inhoudt;
wijstde vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
af;
mr. M. Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 november 2021