ECLI:NL:RBZWB:2021:5926
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onjuiste parkeertijdberekening
De heffingsambtenaar legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting op wegens het niet voldoen van parkeerbelasting op 20 december 2019 om 16:24 uur. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat hij drie transacties bij de parkeerautomaat had gestart, waarvan twee succesvol waren met betaling, en dat de parkeertijd correct liep tot 16:24 uur. Hij voerde aan dat de parkeerautomaten onjuist waren geprogrammeerd en dat de naheffingsaanslag onterecht was opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat het voertuig op die dag drie transactiemomenten kende en dat de eerste transactie was afgebroken waarna de auto werd verplaatst en opnieuw geparkeerd. Dit betekende dat er geen sprake was van voortgezet parkeren, maar van een nieuwe parkeersituatie met een nieuwe starttijd van 15:01 uur. Op basis van deze starttijd en de betaalde parkeerkosten werd de parkeertijd berekend tot 16:24 uur.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag die op 16:24 uur werd opgelegd, ten onrechte was omdat belanghebbende op dat moment nog parkeerbelasting had voldaan. De overige bezwaren van belanghebbende behoefden geen bespreking meer. De uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag werden vernietigd, de heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd omdat de parkeertijd correct was voldaan tot het moment van naheffing.