ECLI:NL:RBZWB:2021:5858
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met groot perceel in bezwaar en beroep
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met een inhoud van 513 m³ en een perceel van circa 1.375 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2019 vast op €383.000, welke belanghebbende betwist en een waarde van maximaal €312.000 aanvoert.
De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van de WOZ-waarde, waarbij de heffingsambtenaar een waardematrix gebruikte met vergelijkingsobjecten in de buurt. Twee vergelijkingsobjecten werden als onvoldoende vergelijkbaar beoordeeld vanwege kleinere perceeloppervlakte en inhoud. Eén object werd als goed vergelijkbaar beschouwd, mede door rekening te houden met verschillen in perceeloppervlakte via de grondstaffel.
De rechtbank achtte de waardering van de heffingsambtenaar aannemelijk, mede ondersteund door de verkoop van de woning in maart 2020 voor €532.500, ondanks dat deze verkoop na de waardepeildatum plaatsvond. De door belanghebbende aangevoerde factoren zoals matig onderhoud en ligging aan een doorgaande weg werden naar oordeel van de rechtbank voldoende in de waardering meegenomen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €383.000 wordt ongegrond verklaard.