ECLI:NL:RBZWB:2021:5857
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde appartement en aanslag onroerende zaakbelasting 2019
Belanghebbende is eigenaar van een appartement met een inhoud van 303 m³, inclusief dakterras en eigen parkeerplaats. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2019 vast op €261.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank toetste de waardering aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde wordt bepaald door vergelijking met verkoopopbrengsten van vergelijkbare woningen rondom de waardepeildatum 1 januari 2018. Beide partijen gebruikten dezelfde vergelijkingsobjecten en waarderingsmethodiek, waarbij het geschil vooral ging over de gehanteerde indexatie van de koopsommen.
De heffingsambtenaar baseerde zijn indexatie op een waardestijging van circa 9,8% per jaar, onderbouwd met provinciale gegevens van Vastgoedpro. Belanghebbende stelde een lagere indexatie voor, gebaseerd op NVM-cijfers, maar kon deze niet nader onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de gehanteerde waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €261.000 wordt ongegrond verklaard.