De zaak betreft het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds de geboorte in een pleeggezin verblijft. De ouders betwisten de ontvankelijkheid van het verzoek omdat het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, vereist op grond van artikel 1:265j BW, ontbreekt.
De kinderrechter oordeelt dat de wet niet voorziet in niet-ontvankelijkheid bij het ontbreken van dit advies en dat de Raad het advies nog zal uitbrengen zodra het onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel is afgerond. De rechtbank stelt dat de Raad op korte termijn alsnog een advies moet geven over de verlenging.
De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden daarom voorlopig verlengd tot 15 december 2021, waarna de zaak inhoudelijk zal worden behandeld. Hiermee wordt voorzien in continuïteit van de maatregel terwijl het ontbrekende advies wordt ingewonnen.