ECLI:NL:RBZWB:2021:5827
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting in Breda ongegrond verklaard
Belanghebbende stond op 2 oktober 2019 met zijn auto geparkeerd op een locatie in Breda waar betaald parkeren geldt, maar had geen parkeerbelasting voldaan. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op van €1,40 plus €62,70 aan kosten. Belanghebbende betwistte niet dat hij niet had betaald, maar voerde aan dat hij niet goed bekend was met de parkeerregels en dat de bebording onvoldoende duidelijk was.
De rechtbank stelde vast dat de betreffende straat volgens de parkeerverordening is aangewezen als betaald parkeergebied. De gemeente heeft volgens de rechtbank voldoende duidelijk gemaakt dat betaald parkeren geldt door het plaatsen van parkeerzoneborden bij het inrijden van de woonwijk. De interpretatie van belanghebbende van het bord met het parkeerautomaatlogo werd verworpen; dit bord wijst juist op de betaalplicht.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslag heeft opgelegd. Het feit dat belanghebbende telefonisch niet goed te woord werd gestaan, gaf geen reden tot vernietiging van de aanslag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.