ECLI:NL:RBZWB:2021:5825
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting Breda
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda. De naheffingsaanslag betrof een parkeerbelasting van € 2,30 vermeerderd met € 64,50 aan kosten, opgelegd omdat tijdens een controle op 27 augustus 2020 omstreeks 14:26 uur geen betaling was geconstateerd voor het voertuig met het kenteken van belanghebbende.
Belanghebbende stelde dat zijn zoon de parkeerbelasting omstreeks 14:05 uur contant had voldaan bij een parkeerautomaat en dat het bonnetje achter de ruit was gelegd en later weggegooid. Tevens werd de mogelijkheid geopperd dat het kenteken onjuist was ingevoerd. De heffingsambtenaar voerde aan dat bij controle met een scanauto het kenteken en soortgelijke kentekens waren gecontroleerd en geen aanmelding bij het parkeerautomaat was gevonden.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de bewijslast heeft voldaan dat de parkeerbelasting niet was betaald en dat het vervolgens aan belanghebbende is om bewijs te leveren van betaling. Aangezien belanghebbende geen bewijs overlegde, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.