In deze strafzaak wordt verdachte beschuldigd van het bezit van harddrugs, wapens en munitie, en het witwassen van grote contante geldbedragen, waaronder € 483.800,00.
Tijdens de zitting bleek dat het onderzoek niet volledig was, met name omtrent de herkomst van het grote geldbedrag dat in een woning van de ouders van verdachte werd aangetroffen. Verdachte verklaarde dat het geld van een onbekende persoon was, bestemd voor de aanschaf van bouwmachines, maar noemde geen naam.
Een eerder klaagschrift over dit bedrag was ongegrond verklaard, waarbij werd opgemerkt dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat het geld direct toebehoorde aan de genoemde schuldeiser. De rechtbank constateert dat het Openbaar Ministerie nog nader onderzoek moet doen naar de herkomst en het doel van het geld.
Daarom wordt het onderzoek heropend en geschorst, met de opdracht aan het Openbaar Ministerie om aanvullend onderzoek te verrichten. De zaak wordt hervat op 24 januari 2022, waarbij verdachte en zijn raadsman worden opgeroepen.