ECLI:NL:RBZWB:2021:5548
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen invordering dwangsommen wegens opslag gevaarlijke stoffen zonder vergunning
Eiser is eigenaar van een bedrijf waar expandeerbare polystyreen korrels (EPS) worden opgeslagen, die volgens het ADR-classificatiesysteem als gevaarlijke stoffen klasse 9 zijn aangemerkt. Verweerder constateerde dat eiser zonder omgevingsvergunning deze stoffen opslaat en daarnaast meerdere bouwtechnische overtredingen begaat. Na herhaalde controles legde verweerder dwangsommen op en vorderde deze in.
Eiser betwistte de kwalificatie van de korrels als gevaarlijke stoffen en stelde dat geen vergunning nodig was. Hij verwees naar een rapport en andere regelgeving die dit zouden ondersteunen, en voerde aan dat de etikettering op de verpakkingen niet correct was. Verweerder stelde dat het primaire besluit tot oplegging van dwangsommen niet meer ter discussie stond en dat alleen in uitzonderlijke gevallen van invordering kan worden afgezien.
De rechtbank oordeelde dat de ADR-classificatie bindend is en dat de opslag van meer dan 10.000 kg gevaarlijke stoffen vergunningplichtig is volgens de Wabo en het Besluit omgevingsrecht. Eiser erkende zelf dat de korrels ADR klasse 9 hebben. Er waren geen bijzondere omstandigheden die afzien van invordering rechtvaardigen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot invordering van dwangsommen wordt ongegrond verklaard.