ECLI:NL:RBZWB:2021:5518
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering Tozo-uitkering wegens opgegeven inkomsten
Eiser heeft een Tozo-uitkering ontvangen voor de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020. Later gaf hij aan dat hij in die periode netto-inkomsten van € 3.350,- had gegenereerd, waarop het college de uitkering herzag en het teveel betaalde bedrag terugvorderde. Eiser maakte bezwaar met het argument dat hem was toegezegd dat de uitkering niet teruggevorderd zou worden.
De rechtbank overweegt dat de Participatiewet het college toestaat bijstand te herzien en terug te vorderen indien blijkt dat de uitkering ten onrechte of te hoog is verstrekt. De inkomsten van eiser zijn terecht meegenomen bij de vaststelling van het recht op bijstand. De communicatie van het college over de regeling was niet optimaal, maar er was geen ondubbelzinnige toezegging dat terugvordering uitgesloten was.
Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat hij geen concrete vergelijkbare gevallen heeft aangevoerd. Ook zijn er geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van de Tozo-uitkering wordt ongegrond verklaard.