ECLI:NL:RBZWB:2021:5380
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking uitkering Participatiewet
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 18 februari 2021 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg tot intrekking van zijn uitkering op grond van de Participatiewet. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de intrekking voorlopig tegen te houden.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb is een zitting achterwege gebleven. De griffier vroeg verzoeker om het spoedeisend belang nader toe te lichten, maar verzoeker reageerde niet binnen de gestelde termijn. De voorzieningenrechter benadrukt dat spoedeisendheid een essentiële voorwaarde is voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Omdat verzoeker geen nadere toelichting gaf, is onvoldoende gebleken dat er sprake is van een spoedeisend belang. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.