Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 2: kentekenplaten heeft geheeld;
feit 3: kentekenplaten heeft gestolen dan wel heeft geheeld;
feit 4: gepoogd heeft een politieagent zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel heeft bedreigd;
feit 5: zodanig heeft gereden dat hij de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden, waardoor hij levensgevaar of gevaar op zwaar letsel voor anderen heeft veroorzaakt, dan wel door zijn rijgedrag gevaar op de weg heeft veroorzaakt.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
dieaan een ander
toebehoorden, te weten aan [naam 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
In een apart proces-verbaal heeft verbalisant [naam 6] een verduidelijking gegeven over de aanhouding van verdachte. Hij heeft gerelateerd dat hij zag dat de portier van de bestuurderskant open werd gemaakt door een collega, dat verdachte uit het voertuig werd gehaald en dat twee collega's verdachte vast hadden. Verdachte werd naar de grond gebracht, waaraan [naam 6] heeft meegeholpen. Toen verdachte, met zijn buik op de grond lag, heeft [naam 6] de rechterarm vastgepakt, gestrekt gehouden en verdachte geboeid om de rechterpols. [naam 6] hoorde collega [naam 7] zeggen ''rustig'' of woorden van gelijke strekking en vervolgens heeft [naam 6] aan de overige collega’s gezegd dat hij controle had. Collega [naam 8] heeft de linkerarm van verdachte naar zijn rug gedaan, waarna verdachte helemaal onder controle was. [naam 6] heeft toen in de Engelse taal gevraagd of verdachte ergens pijn had of verzorging nodig had, waarop verdachte zei: ''no''.
7.De benadeelde partij t.a.v. feit 2
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder feit 4 primair tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van vijf maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;