Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
vonnis van de meervoudige kamer van 14 oktober 2021
[verdachte]
Onderzoek van de zaak
De tenlastelegging
De voorvragen
De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
Het standpunt van de verdediging
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
De bewezenverklaring
2.
op 8 april 2021 te Waalwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4,52 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
De strafbaarheid
De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
Het standpunt van de verdediging
Het oordeel van de rechtbank
Het beslag
De verbeurdverklaring
De onttrekking aan het verkeer
De bewaring ten behoeve van de rechthebbende
De teruggave aan verdachte
De wettelijke voorschriften
De beslissing
een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden: