Uitspraak
.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
gevraagdals bedoeld in artikel 10:32 BW Pro.
5.De beslissing
tot 15 februari 2022 pro formain afwachting van bericht van mr. Van Riel;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek van een vrouw die primair wilde laten verklaren dat haar buitenlands gesloten huwelijk niet voor erkenning in Nederland in aanmerking komt. Het huwelijk was opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP) op basis van een verklaring onder ede, omdat zij geen huwelijksdocumenten kon overleggen. De vrouw was minderjarig (15 jaar) ten tijde van het huwelijk, waardoor erkenning op grond van artikel 10:32 BW Pro wordt geweigerd tenzij expliciet om erkenning wordt verzocht na het bereiken van meerderjarigheid.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring onder ede niet kan worden gezien als een expliciet verzoek om erkenning van het huwelijk. De vrouw had duidelijk gemaakt dat zij minderjarig was bij het huwelijk, dat het problematisch was, dat zij gevlucht was voor haar man en geen gezinshereniging wenste. De verklaring was vooral bedoeld om haar persoonsgegevens te registreren voor verblijfsdoeleinden. De gemeente had haar niet gewezen op de gevolgen van de verklaring.
De rechtbank concludeerde dat het huwelijk niet voor erkenning in aanmerking komt en derhalve niet vatbaar is voor inschrijving in de BRP. Het subsidiaire verzoek tot nietigverklaring en echtscheiding werd niet inhoudelijk behandeld. Het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over het minderjarige kind en toewijzing van eenhoofdig gezag aan de vrouw werd pro forma aangehouden voor nader advies van haar advocaat.
De man was niet verschenen en had geen verweer gevoerd. De rechtbank wees het primaire verzoek toe en hield andere verzoeken aan. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het buitenlands gesloten kindhuwelijk wordt niet erkend in Nederland omdat de vrouw niet uitdrukkelijk om erkenning heeft verzocht.